|
De kans op winters met strenge kou en bevroren sloten en kanalen wordt steeds kleiner en of er ooit nog
een Elfstedentocht komt? Vanaf 1907 zijn er slechts vijftien Elfstedentochten georganiseerd. Daarbij
valt op dat die soms vrij kort na elkaar plaats vonden, zoals in 1940, '41, '42 en '47, en dan pas weer
na een grote tussenpoos. De laatste Elfstedentocht was op 4 januari 1997, nu dus alweer zo'n 25 jaar
geleden. Een mooi moment om iets te vertellen over het schaatsen in Nieuwleusen en ver daarbuiten door
schaatsers uit Nieuwleusen.
In de herinnering van veel ouderen kon je vroeger iedere winter wel een aantal dagen schaatsen op
sloten en plassen. Na de eerste nachtvorst kwamen de schaatsen uit het vet en gingen naar de slijper.
Als het een paar nachten goed gevroren had kwam de spanning over wanneer het ijs dik genoeg
zou zijn om te schaatsen. Schaatsen deed je van oudsher op ‘houtjes’, houten plankjes met daarin
aan de onderkant een strip van roestvrij ijzer, en leren riempjes die door het hout gingen waarin
oogjes waren gestanst, waardoor lange katoenen linten werden getrokken. Die linten werden over
de schoenen flink aangetrokken, waardoor de schaatsen stevig onder de schoenen kwamen te
zitten. Het was een kunst om de veters goed vast te knopen, want je kreeg koude handen als je die
bevroren banden opnieuw moest strikken omdat de schaatsen na een paar baantjes los gingen zitten
en je schoenen van de houtjes afgleden. Wie geluk had kon met hoge schoenen aan schaatsen, zo niet
dan sneden de linten strak in je sokken en de huid rond de enkels. Met de linten kon je ook pronken;
een mooi oranje of rood-wit-blauw lint uit de winkel was toch net even iets anders dan een touw
of oude veters.
De schaatsijzers werden steeds beter en langer en met ‘Friese doorlopers’ kon je goede sier maken.
Met de welvaart kwamen de ‘hoge Noren’, ijzeren schaatsen die vast onder de schaatsschoenen
werden gemonteerd. Ook werden de gewone kleren vervangen door sportkleding.
Schaatsen op het kanaal ter hoogte van de notariswoning omstreeks 1950.
Vlnr: Greta van Marle, Margje Talen, Aaltje van Dorsten, Tini van Dorsten en Alie Timmerman
Schaatsen deed je dicht bij huis. Jonge kinderen leerden het op dichtgevroren slootjes, al dan niet
achter een oude keukenstoel of aan de hand van oudere broertjes of zusjes, maar bij hen was het
geduld snel op en dan moest je zelf maar zien hoe het krabbelen te verbeteren naar schaatsen.
Vallen en opstaan, en weer opstaan, tot het lukte. Dan mocht je op de brede sloten en ondergelopen
weilanden. Iedereen deed mee, als het maar even kon, want schaatsen bracht een groot gevoel van
saamhorigheid met zich mee. Wie op school misschien niet zo goed kon meekomen, kon op het ijs opeens
een uitblinker zijn. Naar schaatswedstrijden werd uitgekeken en allerlei groepen organiseerden
wedstrijden, scholen, buurten, verenigingen en dan als hoogtepunt de grote
dorpswedstrijd; Wie zou dit jaar de eerste prijs winnen?
Schaatsen op de Dedemsvaart was een feest, maar je kon er niet altijd op schaatsen. Schippers die
Dedemsvaart als thuisbasis hadden voeren het ijs kapot om, als het eigenlijk al niet meer kon,
al ploeterend door het ijs hun thuishaven nog te bereiken. Ze verpesten daarmee de gladde ijsvloer,
die schots en scheef weer dichtvroor.
Het Meentje, een grote oppervlakte ondergelopen weilanden in het zuiden van Ruitenveen tussen
Stadhoek, Meentjesweg en Koedijk, was een geliefde plek waar schaatsers vanuit de verre
omtrek naar toe kwamen.
Schaatsen op het Meentie in 1940
De ijsbaan van IJsclub Nieuwleusen was tussen de Dedemsvaart en de Smeule. Daar ontmoette
heel Den Hulst en Nieuwleusen elkaar. Met het kanaal dichtbij was er altijd voldoende water
om een grote ijsbaan onder water te zetten. Er was een houten hok voor de kaartcontrole en de
kaartjesverkoop, waar ook warme chocolademelk en groene kwast werd verkocht.
Er was verlichting rond de baan, zodat er ook na werktijd en het avondeten nog geschaatst kon
worden. Iedereen herinnert zich nog het vrolijke, vaste muziekrepertoire dat over de ijsbaan klonk.
Na a?oop kwam er iedere avond een ploeg mannen de baan vegen, zodat die ’s nachts weer
mooi glad kon aanvriezen. De ijsbaan was ook een mooi punt om leeftijdgenoten buiten het eigen
verenigingsleven te ontmoeten.
Seizoenskaartje voor de ijsbaan met instructie: "Zichtbaar dragen"
Toen in 1970 de Dedemsvaart was gedempt was het ook gedaan met de watertoevoer naar de
ijsbaan. Bij de sportvelden in het middengebied werd aan de Pr. Beatrixlaan een nieuwe ijsbaan
aangelegd. In 2012 kreeg de IJsvereniging hier een nieuwe kantine en op 2 februari stonden er
rijen enthousiaste schaatsers voor de deur. Zeker 450 schaatsers waren aan ’t eind van de avond
geteld en ondanks het ongemak van luchtbellen in de bovenlaag, waardoor er her en der gaatjes
in het ijs zaten, schreven heel veel mensen zich in als lid. Vooral kinderen kunnen hier veilig
schaatsen. Ook in de jaren dat er weinig ijs was had de IJsvereniging nog rond de achthonderd
leden. Om ook in minder strenge winters de schaatsliefhebbers een ijsbaan aan te bieden werd
in 2017 als proef een busreis naar de kunstijsbaan
in Deventer georganiseerd, maar dat ging niet door vanwege te weinig deelnemers.


Controlekaarten van Ir. H.G. van den Berg uit 1941 en 1942
Naast de ijsbaan was ook de Hulsterplas een geliefde plek om te schaatsen en in strenge winters
was het merengebied rond Giethoorn met een auto snel bereikt voor toertochten in georganiseerd
verband of zomaar voor een pleziertochtje.
Kunnen we dit in 2022 of daarna nog weer eens beleven?
Elfstedentocht
Voor wie dat allemaal niet spannend genoeg of te weinig uitdagend vond, was er de Elfstedentocht.
Maar om deel te kunnen nemen aan die tocht is het nodig lid te zijn van de organiserende
vereniging en om dat te bereiken! Daar is nog meer geduld voor nodig dan voor het wachten op
een strenge winter met voldoende dik ijs.
1941: Voor zover wij weten is de eerste deelnemer uit Nieuwleusen die een Elfstedentocht heeft
gereden Ir. H.G. van den Berg uit Den Hulst, hier bekend als meneer Henk van de Union
Rijwielfabriek. Op 6 februari 1941 startte hij ’s morgens om 7 uur, met startnummer 1844, en hij
passeerde de finishlijn in Leeuwarden om 22.30 uur. Hij deed vijftien en een half uur over de tocht.
1942: Een jaar later was Henk van den Berg opnieuw van de partij. Dit keer startte hij op 22
januari om 6 uur, met startnummer 2264, en kwam veertien uur later, om 20.10 uur in Leeuwarden
over de finish.
1985: In dit jaar deden uit Nieuwleusen Arie Pekkeriet, Dik Wink, Freek Eissen, Jan Beldman en Arie Meijer
mee aan de ‘Tocht der tochten’.
Een goede conditie maakte dat ze de ?nish moeiteloos bereikten. Als echte sporters maakten ze zomers samen
lange ?etstochten en deden looptrainingen en vanaf oktober werd op de kunstijsbaan in Assen het schaatsen
opgepakt.
Anton Roze keek op tv naar deze 13e Elfstedentocht en zei tegen echtgenote Toos:
Het lijkt mij ook wel wat om een keer aan mee te doen.” Ze reageerde daarop: “Dan moet je
wel eerst lid worden.” Hij had geluk. Er was een limiet van 16.000 leden. Anton werd ingeloot met
nummer 15.972 en er kwam, heel bijzonder, al meteen een jaar later weer een tocht.
1986 Op 26 februari stapte Anton in alle vroegte op de trein, startte in een van de laatste groepen en
haalde de finish in Leeuwarden. Hij ging weer met de trein naar Zwolle waar een trotse Toos op hem
wachtte en samen reden ze naar de ongeduldige kinderen thuis.
Een bijzonder toeval wilde dat Peter Veldhuis, bijna buurman aan de Kievitlaan, ook deelnam.
Hij had een veel lager nummer en kon daarom al vroeg starten en was al een dag eerder naar
Leeuwarden gekomen.
Van het groepje mannen uit 1985 deden dit keer Arie Pekkeriet, Dik Wink, Freek Eissen, Jan Beldman en
Arie Meijer ook weer mee. Het was de Elfstedentocht die gewonnen werd door
Evert van Benthem en waaraan ook prins Willem Alexander deelnam.
1996 Al tien jaar geen Elfstedentocht! Een groepje mannen uit Nieuwleusen kon de spanning
niet meer aan over de onzekerheid of er nog een tocht zou komen. Op donderdag 8 februari reden
Appie de Boer, Gerard de Boer, Henk Dunnewind, Gerrit de Groot en Marten Hilbrink in alle vroegte
naar Leeuwarden om dan maar op eigen initiatief de Elfstedentocht te rijden. Hoewel het min 20
graden vroor, was het ijs echt nog te slecht voor de duizenden leden van de Elfstedenvereniging, maar
de mannen namen het risico van een mislukking voor lief.

Mannes Vasse stelt zich in Bolsward middels zijn
mobieltje op de hoogte van de stand van zaken
Bij de start van de 200 kilometer lange tocht troffen ze ‘s morgens om half acht prachtig ijs
aan, maar de bruggen waren nog gewoon in gebruik, dus dat betekende vaak flink bukken. Op
het Slotermeer was nog veel open water en bij Harlingen maakten grote ijsschotsen het schaatsen
onmogelijk en moest er twee kilometer gekluund worden. Ook op de Finkemervaart was het ijs
heel slecht, maar Bartlehiem werd bereikt en na Dokkum kregen de mannen de wind in de rug.
In Leeuwarden werden ze niet beloond met een kruisje, maar met een gevoel van “dat hebben
wij ‘m dan toch maar mooi geflikt en dat pakt niemand ons meer af” stapten ze van het ijs. Een
verslag via Radio Oost en een artikel in de krant bevestigde hun prestatie. Ook Gea Dijk reed dat
jaar de tocht op eigen houtje, samen met haar broer Jan Schuurman. Daar had ze een jaar later
plezier van. Ze wist toen dat je bij wind mee je krachten moet sparen voor de tegenwind die nog
komt.
1997: Na 11 jaar werd alle spanning dan eindelijk beloond en was het dan toch zover! Op 4 januari
1997 ging de 15e Elfstedentocht van start. Het was een barre tocht in de koudste periode van de
twintigste eeuw, met veel stukken slecht ijs en een straffe noordoosten wind, die tussen Franeker
en Bartlehiem velen de das omdeed. Het was de tocht waarbij Piet Kleine en René Ruitenberg een
stempelhok misten en Henk Angenent met een minimaal verschil voor Erik Hulzebosch, Bert Verduin en
Henk van Benthem over de ?nish reed.
Dat ze in Nieuwleusen van volhouden weten bleek dat jaar wel; 15 van de 17 schaatsers haalden de
finish.

De controlekaart van Anton Roze met als laatste stempel Franeker
Gea Dijk, 42 jaar oud, deed als vrouw niet onder voor de mannen tijdens deze monstertocht, zij
reed de tocht uit in 13½ uur! Thijs Blik deed er 10 uur over, Arie Meijer, Arie Pekkeriet en Wieger
Blik 10½ uur , Dick Wink, Freek Eissen en Henk
Dunnewind 11,45 uur, Dirk Bouma 12,15 uur, Jan Beldman 12 uur , Gerrit Hoekman 13,15 uur,
Gerrit Beltman, Bouwe Verbeek en Mannes Vasse 13 uur en Peter Veldhuis 14,45 uur. Anton Roze
startte om 9.33 uur en het was al 17.15 uur toen
hij in Franeker zijn stempel kreeg. Anton kon niet meer en heeft hier de tocht beëindigd.
Aanvullingen
Dit is een overzicht van de informatie die wij binnen kregen over deelnemers aan de
Elfstedentochten. Ontbreken er nog namen? Laat het ons weten. Ook ontvangen wij graag
verhalen over ervaringen tijdens schaatstochten, in de omgeving en daarbuiten.
In het volgende Kwartaalblad komt aandacht voor de Alternatieve Elfstedentochten.
Geert Schoemaker vertelt: Als er in de vijftiger jaren sneeuw was gevallen, kwam
’s morgens om 4 uur Krul op de fiets uit het Dalfserveld bij Hendrik Mannen aan
het Westeinde 98 op het slaapkamerraam kloppen. Samen gingen ze per fiets naar
Westeinde 42, waar tegenover het huis van Arend de Boer een berg geel zand lag. Deze
berg zand was in augustus al gehaald uit een heideveld aan de Stouwe. Daar stonden ook
een trekker en wagen. Ze spitten de open aanhangwagen vol zand en reden naar de
Dedemsvaart. Staande op de open bak, met de schop het zand uitwaaierend, strooiden
ze, vanaf het kanaal, de Burg. Backxlaan en het hele Westeinde. Dat karwei moest om
zes uur af zijn, want dan kwam de eerste EDS-bus, die vanuit Dedemsvaart over de
Burg. Backxlaan en het Westeinde naar Zwolle reed.
|