Jaargang 39 Nummer 4 december 2021


* * *

Foto voorpagina:

Het Palthehuis en 't Witte Peerd met schuur in 1962

* * *

Van de redactietafel

Een aanvulling op de naamgeving van het Zandspeur
Joop Klein stuurde een aanvulling op de informatie over het Zandspeur door “de Commissieaamgeving Wegen Nieuwleusen”. Daaruit blijkt dat de naamswijziging van de Koeweg in Zandspeur al eerder, tussen 1900 en 1942, heeft plaatsgevonden.
Hij vond in het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle een wegenlegger van 1900 waarop wordt aangegeven: “De Koeweg loopt van de Grindweg langs de Dedemsvaart bij Sluis III in Den Hulst, eerst zuidwaarts en daarna in westelijke richting tot aan de Kalkwijk De Meele”. Dit is een klinkerweg van 5 à 6 meter breed. En: “Het Zandspeur loopt van den Ommerdijk, westwaarts tot aan den weg kadastraal bekend sectie C nr. 1752 en verder dien weg in een N.W. richting tot aan de Koeweg”. Dit is een zandweg.”
Maar in de wegenlegger van 1942 komt de Koeweg niet meer voor en heet dit stuk weg al Meeleweg.
Het tracvan het Zandspeur is in 1942 niet veranderd maar komt uit op de Meeleweg. In welk jaar tussen 1900 en 1942 deze straatnamen zijn aangepast kon ik niet vinden. Daarvoor moet er verder gezocht worden in de wegenleggers van de gemeenteieuwleusen in het HCO.

Oproep verhalen over Jeugduitwisseling Nieuwleusen-St Albans
In de collectie van museum Palthehof zitten veel foto’s van de jaarlijkse Jeugduitwisseling Nieuwleusen - St. Albans, beginnend in 1959. Deze vriendschapsband, voortgekomen uit persoonlijk contact van burgemeester Mulder, resulteerde in een jaarlijkse uitwisseling tussen jongeren en ouderen. In augustus 1997 kwam er een eind aan. Het comité heeft de geschenken die in de loop der jaren waren ontvangen overgedragen aan onze vereniging voor museum Palthehof.
Wij kunnen dus veel laten zien, maar de verhalen bij de foto’s en objecten ontbreken. Dat is jammer, want die uitwisselingen zijn van grote betekenis geweest voor een hele generatie jongeren uit Nieuwleusen.
Daarom onze oproep: BEKIJK DE FOTO’S OP DE BEELDBANK EN ZET JE HERIERIGEN OP PAPIER EN STUUR ONS DIE TOE. Als wij die bundelen kan dat een mooie serie verhalen worden!!

* * *

Werkgroep Boerderijen en Veldnamen

Hendrik Jan Huzen

In het samenwerkingsproject DNA van Dalfsen heeft Oudleusen in 2020 het project Boerderijnamen uitgevoerd. Daarbij zijn Historische namen, waarvan sommige totaal in onbruik waren geraakt weer zichtbaar gemaakt. De "Werkgroep boerderijen en veldnamen" van de twee historische verenigingen heeft het idee overgenomen en er aan gewerkt dat, verdeeld over de hele gemeente Dalfsen, bij boerderijen met een historische naamgeschiedenis borden komen met de oorspronkelijke naam.
Daarmee hoopt ze de agrarische geschiedenis van de omgeving meer zichtbaar te maken.


Wethouder Jan Uitslag heeft op 2 oktober 2021 de eerste naamborden onthuld, in Nieuwleusen bij een boerderij met een bijzondere geschiedenis.
In het jaar 1639 werd het Oosterveen verloot tussen de vijf Participanten van de Leusener Compagnie. Enkele inwoners van Zwolle en Hasselt hadden deze Compagnie opgericht om de Leusener marke te ontginnen. In de 12e en 13e eeuw waren bisschoppen al begonnen grote gedeelten van deze wildernissen in pacht uit te geven. Het Oosterveen werd verloot in 18 gelijkwaardige percelen in het gebied dat lag tussen de Dommelerdijk, Beentjesgraven, De Stouwe en Middeldijk.



Op Perceel 3 “Boerderij Derk Albertsplaats” staan nu drie boerderijen. Oude meiers (huurders en bewerkers) van dit perceel waren Geert Symons Wennemers, Simon Geerts, Geert Geerts, Derk Alberts en Hendrik Alberts.
Zoon van de laatste Albert Hendriks en zijn vrouw Marrigien Arents kopen als pachters in 1764 de boerderij Oosterveen 87. Hun zoon Arend Alberts en zijn broer Derk Alberts nemen in 1813 de naam Huzen aan.
Het oude perceel 3 bestaat nu uit Oosterveen 87, 89 en 91, waarvan nr. 87 beschouwd kan worden als de moederboerderij. Hier is op 2 oktober het naambord geplaatst.


Oosterveen 87 van huidige eigenaar Paul van den Berg

Deze monumentale boerderij staat op de huisplaats van de aloude boerderij uit de tijd dat de eigenaar daarvan was de bekende zeventiende-eeuwse Zwolse griffiersfamilie Roelinck, participant van de Leusener Compagnie. De huidige boerderij is het stamhuis van de familie Huzen. De stamvader Arend Alberts Huzen, wiens voorouders al lang op deze boerderij woonden, trouwde in 1801 met zijn 2e vrouw Hendrikje Peters van het naburige erf Havercamp bij De Stouwe. Vele generaties Huzen woonden daarna nog op deze boerderij.


Oosterveen 89 omstreeks 1985

Diverse leden van de familie Huzen bewoonden deze, waarschijnlijk door Gerrit Huzen (zoon van Arend Alberts Huzen) omstreeks 1850 gebouwde boerderij. Gerrit Huzen was getrouwd met Aaltje de Boer. Later woonden er de ongehuwde broers Hendrik Jan Schuurman (1904-1991) en Gerrit Schuurman (ca.1913-1978), daarna G.W. de Boer en Roelina de Boer-Brinkman (kunstenares).


Oosterveen 91 omstreeks 1985

Deze “Huzen-boerderij” is omstreeks 1880 gebouwd door Hendrik Huzen, zoon van Gerrit Huzen van Oosterveen 89, die toen trouwde met Aaltje Alteveer, van de Paltheweg. Daarna woonden er hun oomzegger Gerrit Huzen en Klaasje Hoes met hun zes kinderen. Gerrit Huzen en Klaasje Hoes woonden het laatst aan de Burg. Backlaan, tegenover zwembad “De Meule”.
Nadien werd Oosterveen 91 bewoond door de families Talen, Konterman en Harm Mulder. Deze laatste verkocht de boerderij aan Jan Coster en nu woont er de familie Lindeboom-Westerman. Die heeft de boerderij gerenoveerd en zoveel mogelijk in zijn originele stijl teruggebracht.

* * *

Het verdwenen Spieker.
Herinneringen aan het Palthehuis.

Jenny Kasper

Het in 1965 afgebroken voormalige spieker en woonhuis van Gulia Palthe, bekend als het Palthehuis, gebouwd in 1795, spreekt nog steeds tot de verbeelding. De Palthe familie is een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Nieuwleusen.

Herhaaldelijk duikt de naam van het huis op in gesprekken wanneer het over het “Ni’jluusn van vrogger” gaat. Na het overlijden van Gulia Palthe in 1928, werd de Hervormde kerk eigenaar van dit huis. Het huis, ook het Spieker genoemd, stond dicht naast café ‘t Witte Peerd. Gelukkig zijn er nog diverse foto’s die ons deze unieke locatie tonen en haar bewoonster in ere houden. Bijzonder is dat, na het sterven van Gulia Palthe, onze landsvrouwe, zoals ze zichzelf noemde, er ook nog verschillende Nieuwleusenaren in dit bijzondere huis hebben gewoond.
Zuster G. van Buiten was wijkverpleegster in Nieuwleusen van juni 1926 tot ver in de jaren vijftig. Zij heeft na het sterven van Gulia Palthe lange tijd in het Palthehuis gewoond.


Plattegrond Palthehuis getekend door G. Prins-Naarding

In 1947 werd de volgende bewoner Harm Prins, de nieuwe onderwijzer van de openbare lagere school op De Meele, benoemd door de toenmalige hoofdonderwijzer, de heer Roozelaar. Meester Prins begon er op 1 januari 1947 als onderwijzer. Hij en zijn vrouw Gerda Prins-Naarding betrokken samen het Palthehuis. Aanvankelijk was hen een andere woning toegezegd. Deze bleek echter al vergeven te zijn aan een ander gezin. Middels bemiddeling van burgemeester Backx werd het op dat moment leegstaande Palthehuis aan hen toegewezen. Het echtpaar Prins-Naarding was blij met deze woning.


Rianne met haar ouders met de hervormde kerk op de achtergrond

Het huis had een ruime woonkamer en een grote slaapkamer, gelegen aan het Palthebos, dat in die tijd al honderdvijftig jaar oud was. Ogenschijnlijk zag het huis er keurig uit. Er was wel een beperking. Een deel van de bovenverdieping verkeerde in slechte staat en mocht om deze reden niet gebruikt worden. De zoldertrap werd afgesloten en de kapstok werd voor de deur geplaatst, als een natuurlijke afscheiding.
Op 21 augustus 1948 is hier hun eerste kind geboren, dochter Rianne Prins.

Hun tweede dochter, Roelien is hier geboren op 1 december 1951. Rianne, heeft nog wel beelden van hoe zij als klein kind wandelde in het Palthebos, de laan met de rechte bomen en de stenen bankjes, recht achter het huis.


Rianne in het Palthebos met rechts op de achtergrond het huisje Holtzate waarin het gezin van Gerrit Jan van den Berg woonde

Tegenover het Palthehuis stond de woning van de huisarts. Rianne weet nog dat ze op verjaardagsvisite mocht bij Reinie Dekker, de dochter van dokter Dekker. Helaas was dit feest van korte duur. Ze viel in een bak met water en werd drijfnat naar huis gebracht. Naaste buren waren de familie Reuvers van café ’t Witte Peerd, zeer hartelijke buren waarmee ook nadien goed contact werd gehouden. Aan de andere kant van het huis stond de Hervormde kerk.

In 1951 benoemde de Hervormde kerk een nieuwe koster en wilde de woning bestemmen voor Willem Huzen en zijn gezin. In het notulenboek van de vergaderingen van de kerkvoogden van de Hervormde kerk, periode november 1938 - mei 1967, is in het handgeschreven verslag te lezen dat de huur werd opgezegd aan de familie Prins.

Rianne denkt nog steeds met genoegen en enige weemoed terug aan haar geboortehuis en nabije omgeving. Pas in latere jaren realiseerde zij zich dat ze is geboren op een unieke, historische plek in Nieuwleusen.
De volgende bewoners van het Palthehuis waren Willem en Mien Huzen-Reuvers met hun vijf kinderen, drie jongens, Dick, Jan en Arie, en twee meisjes, Niesje en Alie.
Het kerkbestuur had toegezegd dat er een nieuwe woning voor hen gebouwd zou worden. Tot die tijd werd het Palthehuis hun woning. De huurprijs werd vastgesteld op drie gulden per week. Er moest wel het een en ander verbouwd worden om slaapplaatsen voor de vijf kinderen te realiseren. Voor de twee meisjes, Niesje en Alie, werd beneden een kamer getimmerd achter de ouderslaapkamer.


Uit de notulen van 10 december 1951

En zo werd de zolder met de nodige mankementen ontdekt. Omdat de gevaarlijke trap in slechte conditie was, heeft Willem Huzen, samen met zijn broer Gerrit, een nieuwe opgang gemaakt naar de zolder. Daarvoor werd een bedstee gesloopt. Op de wankele zolder hebben zij voor de jongens een slaapkamer gemaakt. Alie Huzen vertelde dat het vanwege de tijdelijkheid slechts dunne wandjes waren.


Alie en Arie Huzen en vriendin Willy Hogenkamp op de stoep van het spieker met al die kleine ruitjes

Pas eind 19e eeuw werd een dak met beschot gebruikelijk en dit oude huis had nog een dak met onbeschoten kap. Daarbij was de pannen dakbedekking op panlatten direct zichtbaar vanaf de tochtige zolder. Hoe dat was, ervaarde de familie Huzen in de loop der seizoenen. In de wintertijd, tijdens de vorstperiode, zaten er volop ijsbloemen op de ramen boven. De dekens waren door condens vaak vochtig en moesten regelmatig gedroogd worden. Als er ‘s winters jachtsneeuw was, moesten de kinderen op zolder sneeuwruimen. Teilen vol. Wanneer het regende, stonden her en der potten en pannen om het regenwater op te vangen.

Alie vertelde dat toen zij op de huishoudschool zat, de juffrouw een keer vroeg: “Wie heeft er thuis een douche?” Alie stak de vinger op, waarop de juffrouw verbaasd vroeg: “Jullie? In dat oude huis?” Waarop Alie antwoordde: “Ja juf, maar alleen als het regent.”
Aanvankelijk was de wc buiten in het schuurtje. Een ouderwetse poepdoos. Later werd er onder de trap, op de plek van de bedstee, een halletje gemaakt met daarin een nieuwe wc met waterspoeling. De bedstee in de kamer werd omgetoverd tot voorraadkast.
Voor moeder Huzen was het een huis met gebruiksaanwijzingen. De zolder, het plafond van de kamer, was in zo’n slechte conditie, dat het ‘geurde’ boven de eettafel. Regelmatig moest de tafel schoongemaakt worden als gevolg van die neerslag. Het wassen van de ramen, met al die kleine ruitjes zo bekoorlijk om te zien, was een tijdrovende klus!

De kinderen Huzen genoten van het huis.
De voorraadkast was de leukste verstopplek binnenshuis. Het Palthebos was de meest favoriete plek om te spelen: onder andere boomtikkertje, hardloopwedstrijden, voetballen, tennis en uiteraard speurtochten.
Een verleidelijke plek was ook het naburig café ‘t Witte Peerd. Vooral ‘Eef van Harm’ had altijd wel klusjes te doen, met als beloning een lekker hapje. De kinderen Huzen mochten daar graag vertoeven en de nodige klusjes uitvoeren. Het was er altijd gezellig, zegt Alie.
In het genoemde notulenboek van de kerkvoogden is de slechte conditie van het Palthehuis regelmatig een punt van aandacht. Verschillende keren wordt overwogen onderhoud te plegen. Bezwaar zijn veelal de te hoge kosten voor dit onderhoud.


In 1961 wordt G. ten Kate gevraagd een begroting te maken van de kosten voor reparatie


In de vergadering van 26 juli 1962 blijkt dat alleen al de kosten voor reparatie van het dak ƒ 625,- bedragen en wordt in principe besloten een nieuw huis op een andere plek te bouwen en het oude voor afbraak te verkopen. Dus nog geen definitief besluit

Als er na twaalf jaar nog geen ander huis beschikbaar is stopt het echtpaar Huzen-Reuvers als kosterechtpaar in de kerk. Zij verhuizen in 1964 naar een eigen woning in de Weth. Prinsstraat. Alie concludeert: “Wij, als kinderen vonden het Palthehuis een fijn huis, met zeer weinig comfort, maar we hebben er een geweldig fijne jeugd gehad, mede met dank aan onze lieve ouders.“

Helaas is het Palthehuis in 1965 afgebroken. De sloop, middels inschrijving, is verricht door de hoogste inschrijver, D. J. Westerman, voor een bedrag van eenenvijftig gulden.
Het was een periode waarin met andere inzichten werd gekeken naar oude gebouwen en de te maken kosten waren bepalend voor de keuze tot afbraak. En zo verdween een belangrijk, beeldbepalend historisch huis uit de dorpskern van Nieuwleusen.

* * *

Van krabbelslootje tot Elfstedentocht

Henny de Boer, Gerrit de Groot en Gees Bartels

De kans op winters met strenge kou en bevroren sloten en kanalen wordt steeds kleiner en of er ooit nog een Elfstedentocht komt? Vanaf 1907 zijn er slechts vijftien Elfstedentochten georganiseerd. Daarbij valt op dat die soms vrij kort na elkaar plaats vonden, zoals in 1940, '41, '42 en '47, en dan pas weer na een grote tussenpoos. De laatste Elfstedentocht was op 4 januari 1997, nu dus alweer zo'n 25 jaar geleden. Een mooi moment om iets te vertellen over het schaatsen in Nieuwleusen en ver daarbuiten door schaatsers uit Nieuwleusen.

In de herinnering van veel ouderen kon je vroeger iedere winter wel een aantal dagen schaatsen op sloten en plassen. Na de eerste nachtvorst kwamen de schaatsen uit het vet en gingen naar de slijper. Als het een paar nachten goed gevroren had kwam de spanning over wanneer het ijs dik genoeg zou zijn om te schaatsen. Schaatsen deed je van oudsher op ‘houtjes’, houten plankjes met daarin aan de onderkant een strip van roestvrij ijzer, en leren riempjes die door het hout gingen waarin oogjes waren gestanst, waardoor lange katoenen linten werden getrokken. Die linten werden over de schoenen flink aangetrokken, waardoor de schaatsen stevig onder de schoenen kwamen te zitten. Het was een kunst om de veters goed vast te knopen, want je kreeg koude handen als je die bevroren banden opnieuw moest strikken omdat de schaatsen na een paar baantjes los gingen zitten en je schoenen van de houtjes afgleden. Wie geluk had kon met hoge schoenen aan schaatsen, zo niet dan sneden de linten strak in je sokken en de huid rond de enkels. Met de linten kon je ook pronken; een mooi oranje of rood-wit-blauw lint uit de winkel was toch net even iets anders dan een touw of oude veters.
De schaatsijzers werden steeds beter en langer en met ‘Friese doorlopers’ kon je goede sier maken. Met de welvaart kwamen de ‘hoge Noren’, ijzeren schaatsen die vast onder de schaatsschoenen werden gemonteerd. Ook werden de gewone kleren vervangen door sportkleding.


Schaatsen op het kanaal ter hoogte van de notariswoning omstreeks 1950. Vlnr: Greta van Marle, Margje Talen, Aaltje van Dorsten, Tini van Dorsten en Alie Timmerman

Schaatsen deed je dicht bij huis. Jonge kinderen leerden het op dichtgevroren slootjes, al dan niet achter een oude keukenstoel of aan de hand van oudere broertjes of zusjes, maar bij hen was het geduld snel op en dan moest je zelf maar zien hoe het krabbelen te verbeteren naar schaatsen. Vallen en opstaan, en weer opstaan, tot het lukte. Dan mocht je op de brede sloten en ondergelopen weilanden. Iedereen deed mee, als het maar even kon, want schaatsen bracht een groot gevoel van saamhorigheid met zich mee. Wie op school misschien niet zo goed kon meekomen, kon op het ijs opeens een uitblinker zijn. Naar schaatswedstrijden werd uitgekeken en allerlei groepen organiseerden wedstrijden, scholen, buurten, verenigingen en dan als hoogtepunt de grote dorpswedstrijd; Wie zou dit jaar de eerste prijs winnen?
Schaatsen op de Dedemsvaart was een feest, maar je kon er niet altijd op schaatsen. Schippers die Dedemsvaart als thuisbasis hadden voeren het ijs kapot om, als het eigenlijk al niet meer kon, al ploeterend door het ijs hun thuishaven nog te bereiken. Ze verpesten daarmee de gladde ijsvloer, die schots en scheef weer dichtvroor.
Het Meentje, een grote oppervlakte ondergelopen weilanden in het zuiden van Ruitenveen tussen Stadhoek, Meentjesweg en Koedijk, was een geliefde plek waar schaatsers vanuit de verre omtrek naar toe kwamen.


Schaatsen op het Meentie in 1940

De ijsbaan van IJsclub Nieuwleusen was tussen de Dedemsvaart en de Smeule. Daar ontmoette heel Den Hulst en Nieuwleusen elkaar. Met het kanaal dichtbij was er altijd voldoende water om een grote ijsbaan onder water te zetten. Er was een houten hok voor de kaartcontrole en de kaartjesverkoop, waar ook warme chocolademelk en groene kwast werd verkocht.

Er was verlichting rond de baan, zodat er ook na werktijd en het avondeten nog geschaatst kon worden. Iedereen herinnert zich nog het vrolijke, vaste muziekrepertoire dat over de ijsbaan klonk. Na a?oop kwam er iedere avond een ploeg mannen de baan vegen, zodat die ’s nachts weer mooi glad kon aanvriezen. De ijsbaan was ook een mooi punt om leeftijdgenoten buiten het eigen verenigingsleven te ontmoeten.


Seizoenskaartje voor de ijsbaan met instructie: "Zichtbaar dragen"

Toen in 1970 de Dedemsvaart was gedempt was het ook gedaan met de watertoevoer naar de ijsbaan. Bij de sportvelden in het middengebied werd aan de Pr. Beatrixlaan een nieuwe ijsbaan aangelegd. In 2012 kreeg de IJsvereniging hier een nieuwe kantine en op 2 februari stonden er rijen enthousiaste schaatsers voor de deur. Zeker 450 schaatsers waren aan ’t eind van de avond geteld en ondanks het ongemak van luchtbellen in de bovenlaag, waardoor er her en der gaatjes in het ijs zaten, schreven heel veel mensen zich in als lid. Vooral kinderen kunnen hier veilig schaatsen. Ook in de jaren dat er weinig ijs was had de IJsvereniging nog rond de achthonderd leden. Om ook in minder strenge winters de schaatsliefhebbers een ijsbaan aan te bieden werd in 2017 als proef een busreis naar de kunstijsbaan in Deventer georganiseerd, maar dat ging niet door vanwege te weinig deelnemers.



Controlekaarten van Ir. H.G. van den Berg uit 1941 en 1942

Naast de ijsbaan was ook de Hulsterplas een geliefde plek om te schaatsen en in strenge winters was het merengebied rond Giethoorn met een auto snel bereikt voor toertochten in georganiseerd verband of zomaar voor een pleziertochtje.
Kunnen we dit in 2022 of daarna nog weer eens beleven?

Elfstedentocht
Voor wie dat allemaal niet spannend genoeg of te weinig uitdagend vond, was er de Elfstedentocht. Maar om deel te kunnen nemen aan die tocht is het nodig lid te zijn van de organiserende vereniging en om dat te bereiken! Daar is nog meer geduld voor nodig dan voor het wachten op een strenge winter met voldoende dik ijs.

1941: Voor zover wij weten is de eerste deelnemer uit Nieuwleusen die een Elfstedentocht heeft gereden Ir. H.G. van den Berg uit Den Hulst, hier bekend als meneer Henk van de Union Rijwielfabriek. Op 6 februari 1941 startte hij ’s morgens om 7 uur, met startnummer 1844, en hij passeerde de finishlijn in Leeuwarden om 22.30 uur. Hij deed vijftien en een half uur over de tocht.
1942: Een jaar later was Henk van den Berg opnieuw van de partij. Dit keer startte hij op 22 januari om 6 uur, met startnummer 2264, en kwam veertien uur later, om 20.10 uur in Leeuwarden over de finish.
1985: In dit jaar deden uit Nieuwleusen Arie Pekkeriet, Dik Wink, Freek Eissen, Jan Beldman en Arie Meijer mee aan de ‘Tocht der tochten’.
Een goede conditie maakte dat ze de ?nish moeiteloos bereikten. Als echte sporters maakten ze zomers samen lange ?etstochten en deden looptrainingen en vanaf oktober werd op de kunstijsbaan in Assen het schaatsen opgepakt.
Anton Roze keek op tv naar deze 13e Elfstedentocht en zei tegen echtgenote Toos: Het lijkt mij ook wel wat om een keer aan mee te doen.” Ze reageerde daarop: “Dan moet je wel eerst lid worden.” Hij had geluk. Er was een limiet van 16.000 leden. Anton werd ingeloot met nummer 15.972 en er kwam, heel bijzonder, al meteen een jaar later weer een tocht.
1986 Op 26 februari stapte Anton in alle vroegte op de trein, startte in een van de laatste groepen en haalde de finish in Leeuwarden. Hij ging weer met de trein naar Zwolle waar een trotse Toos op hem wachtte en samen reden ze naar de ongeduldige kinderen thuis.
Een bijzonder toeval wilde dat Peter Veldhuis, bijna buurman aan de Kievitlaan, ook deelnam. Hij had een veel lager nummer en kon daarom al vroeg starten en was al een dag eerder naar Leeuwarden gekomen.
Van het groepje mannen uit 1985 deden dit keer Arie Pekkeriet, Dik Wink, Freek Eissen, Jan Beldman en Arie Meijer ook weer mee. Het was de Elfstedentocht die gewonnen werd door Evert van Benthem en waaraan ook prins Willem Alexander deelnam.
1996 Al tien jaar geen Elfstedentocht! Een groepje mannen uit Nieuwleusen kon de spanning niet meer aan over de onzekerheid of er nog een tocht zou komen. Op donderdag 8 februari reden Appie de Boer, Gerard de Boer, Henk Dunnewind, Gerrit de Groot en Marten Hilbrink in alle vroegte naar Leeuwarden om dan maar op eigen initiatief de Elfstedentocht te rijden. Hoewel het min 20 graden vroor, was het ijs echt nog te slecht voor de duizenden leden van de Elfstedenvereniging, maar de mannen namen het risico van een mislukking voor lief.


Mannes Vasse stelt zich in Bolsward middels zijn mobieltje op de hoogte van de stand van zaken

Bij de start van de 200 kilometer lange tocht troffen ze ‘s morgens om half acht prachtig ijs aan, maar de bruggen waren nog gewoon in gebruik, dus dat betekende vaak flink bukken. Op het Slotermeer was nog veel open water en bij Harlingen maakten grote ijsschotsen het schaatsen onmogelijk en moest er twee kilometer gekluund worden. Ook op de Finkemervaart was het ijs heel slecht, maar Bartlehiem werd bereikt en na Dokkum kregen de mannen de wind in de rug. In Leeuwarden werden ze niet beloond met een kruisje, maar met een gevoel van “dat hebben wij ‘m dan toch maar mooi geflikt en dat pakt niemand ons meer af” stapten ze van het ijs. Een verslag via Radio Oost en een artikel in de krant bevestigde hun prestatie. Ook Gea Dijk reed dat jaar de tocht op eigen houtje, samen met haar broer Jan Schuurman. Daar had ze een jaar later plezier van. Ze wist toen dat je bij wind mee je krachten moet sparen voor de tegenwind die nog komt.
1997: Na 11 jaar werd alle spanning dan eindelijk beloond en was het dan toch zover! Op 4 januari 1997 ging de 15e Elfstedentocht van start. Het was een barre tocht in de koudste periode van de twintigste eeuw, met veel stukken slecht ijs en een straffe noordoosten wind, die tussen Franeker en Bartlehiem velen de das omdeed. Het was de tocht waarbij Piet Kleine en René Ruitenberg een stempelhok misten en Henk Angenent met een minimaal verschil voor Erik Hulzebosch, Bert Verduin en Henk van Benthem over de ?nish reed.
Dat ze in Nieuwleusen van volhouden weten bleek dat jaar wel; 15 van de 17 schaatsers haalden de finish.


De controlekaart van Anton Roze met als laatste stempel Franeker

Gea Dijk, 42 jaar oud, deed als vrouw niet onder voor de mannen tijdens deze monstertocht, zij reed de tocht uit in 13½ uur! Thijs Blik deed er 10 uur over, Arie Meijer, Arie Pekkeriet en Wieger Blik 10½ uur , Dick Wink, Freek Eissen en Henk Dunnewind 11,45 uur, Dirk Bouma 12,15 uur, Jan Beldman 12 uur , Gerrit Hoekman 13,15 uur, Gerrit Beltman, Bouwe Verbeek en Mannes Vasse 13 uur en Peter Veldhuis 14,45 uur. Anton Roze startte om 9.33 uur en het was al 17.15 uur toen hij in Franeker zijn stempel kreeg. Anton kon niet meer en heeft hier de tocht beëindigd.

Aanvullingen
Dit is een overzicht van de informatie die wij binnen kregen over deelnemers aan de Elfstedentochten. Ontbreken er nog namen? Laat het ons weten. Ook ontvangen wij graag verhalen over ervaringen tijdens schaatstochten, in de omgeving en daarbuiten.
In het volgende Kwartaalblad komt aandacht voor de Alternatieve Elfstedentochten.

Geert Schoemaker vertelt: Als er in de vijftiger jaren sneeuw was gevallen, kwam ’s morgens om 4 uur Krul op de fiets uit het Dalfserveld bij Hendrik Mannen aan het Westeinde 98 op het slaapkamerraam kloppen. Samen gingen ze per fiets naar Westeinde 42, waar tegenover het huis van Arend de Boer een berg geel zand lag. Deze berg zand was in augustus al gehaald uit een heideveld aan de Stouwe. Daar stonden ook een trekker en wagen. Ze spitten de open aanhangwagen vol zand en reden naar de Dedemsvaart. Staande op de open bak, met de schop het zand uitwaaierend, strooiden ze, vanaf het kanaal, de Burg. Backxlaan en het hele Westeinde. Dat karwei moest om zes uur af zijn, want dan kwam de eerste EDS-bus, die vanuit Dedemsvaart over de Burg. Backxlaan en het Westeinde naar Zwolle reed.

* * *

't Witte Peerd in Nieuwleusen

René Fokkert

Al meer dan twee eeuwen is café-cafetaria 't Witte Peerd aan het Westeinde een begrip in Nieuwleusen. Het horecapand heeft een bijzondere geschiedenis. Het is ooit begonnen in de voorkamer van een boerderijtje naast de kerk. Tegenwoordig is het een modern horecabedrijf dat in 2005 helemaal is vernieuwd. Veel mensen kennen de oude situatie nog en hebben herinneringen aan het café en de snackbar. Ook de naam Reuvers zal voor altijd verbonden blijven aan deze plek. Het boerenbedrijf was nog tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw onderdeel van de bedrijfsvoering.

De oudste vermelding van ‘t Witte Peerd is uit 1813. In een notarile akte, die zowel in het Nederlands als in het Frans is opgesteld, verkoopt de in Zwolle wonende koopman Gerrit Stolte zijn onroerende goederen in Nieuwleusen. Deze verkoop werd gehouden bij Het Witte Paard.


Op heden den Tienden der Maand Juni des Jaars Achtienhonderd Dertien des morgens Tien Uuren ten huize van Barteld van Holten kastelijn in Het Witte Paard te Nieuwleusen onder de Gemeente Dalfsen ten verzoeke van den koopman Gerrit Stolte wonende te Zwolle etc.

Deze akte levert het bewijs dat de naam Het Witte Paard in 1813 al bestond. Het is echter niet bekend wanneer men precies is begonnen met horeca-activiteiten op deze plek. Vermoedelijk ligt de oorsprong in het feit dat vroeger de draagsters en de kinderen die in de kerk gedoopt zouden worden in het naastgelegen huis konden wachten tot ze daarvoor werden opgehaald.


Draagsters met dopelingen achter het café en de boerderij van Harm Bakker. Van hier werden de kinderen ten doop gedragen naar de kerk.
Deze foto is gemaakt in 1933. Vlnr: Aaltje Krale-Kooiker met Jan Haasjes, Dina Jans-Kouwen met ?, Janna Witpaard-Bos met Johanna Vasse, Jantje Ruinemans-Klein met Jan Thijs van Duren, Geesje Brinkman-Schoemaker met Jan Albertus Jansen, Griet Zandink-van de Velde met Jentje Boesenkool, Derkje de Weerd-Evertsen met Roelof Bouwhuis, Hendrika Jonkers-van Duren met Geesje Jonkers


Uit de kerkelijke archieven is bekend dat er mogelijk al in 1752 een herberg was in Nieuwleusen. Ook deze herberg zal in de buurt van de kerk hebben gestaan. Het huidige kerkgebouw dateert uit 1829. Daarvoor stond er op ongeveer dezelfde plek een kleinere kerk uit 1672. In een geraadpleegde beschrijving over de familie Van Holten staat dat Barteld van Holten bij de volkstelling van 1795 van Nieuwleusen al vermeld zou staan en van beroep kastelein zou zijn. Barteld wordt daarin wel genoemd, maar nog als Barteld Hendriks. Pas in latere stukken wordt hij vermeld als Barteld van Holten, kastelein van Het Witte Peerd.

Barteld Stolte en Janna Gerrits
De plek waar het café staat was al ver voor 1800 het erf van een boerderijtje. In een lijstje van dominee A.J. Palthe, waarin de destijds bestaande bebouwing om de kerk in Nieuwleusen wordt vermeld, staat dat het huis dat wordt bewoond door Van Holten is gebouwd in 1747. De laatste twee cijfers van het jaartal zijn later verbeterd. Oorspronkelijk stond er 179?


Uitsnede uit de volkstelling van 1795 van Nieuwleusen waarin staat vermeld (op de middelste regel) de weduwe van Hendrik van Holten Janna Gerrits (met daarachter geschreven timmerije (in de middelste kolom) de zoon Barteld Hendriks (er is echter geen beroep vermeld van Barteld), (in de derde kolom) dat er drie mensen in dat huis woonden.

Op 4 augustus 1755 is er een akte ingeschreven door de schultus* Jan Fabius in Dalfsen. In deze akte lenen Barteld Stolte en zijn vrouw Janna Gerrits 200 gulden van de diaconie. Het boerderijtje met bijgebouwen en de inboedel worden daarin als onderpand voor de lening genoemd. (* schultus is een notaris van voor 1815.)
In 1763 zit Janna Gerrits opnieuw bij de schultus in Dalfsen. Janna is inmiddels weduwe van Barteld Stolte en is van plan opnieuw te trouwen.
Het was noodzakelijk daarvoor een zogenaamde momberstelling op te laten maken. In dit document worden de rechten van de kinderen uit het eerste huwelijk beschreven en voogden aangesteld over de minderjarige kinderen. Als kinderen van Barteld Stolte en Janna Gerrits worden vermeld Jantjen, Jan, Gerrit, Berent en Willem Stolte.

Hendrik Everts en Janna Gerrits
Niet lang na het opmaken van die akte trouwt weduwe Janna Gerrits met Hendrik Everts, van oorsprong afkomstig uit de buurtschap Dijkerhoek bij Holten. Daar zal dan ook de naam Van Holten van afkomstig zijn. Uit het huwelijk wordt een zoon geboren die op 14 september 1766 wordt gedoopt in de kerk van Nieuwleusen. Deze zoon krijgt de naam Barteld Hendriks, maar wordt later als Barteld van Holten bekend als kastelein van Het Witte Peerd.
Barteld groeit op met zijn halfbroers en halfzuster op het boerderijtje van zijn ouders. Vader Hendrik Everts is naast boer ook timmerman. Hij is al overleden voor 1795, want in de volkstelling van 1795 staat zijn vrouw al vermeld als weduwe.


Kadasterkaartje uit dienstjaar 1882. De rode vlakken zijn bebouwing, de blauwe vlakken zijn water. Het rode vlak rechts (2402) is de kerk, de zwarte rechthoek daar half ingetekend (661) was de oude kerk. Daaronder de oude pastorie (2404) met rechts daarvan een vijver. Het rode vlak (2401) was het oude spieker ook wel Palthehuis genoemd en links daarvan (2400) is Het Witte Paard en de ernaast staande schuur. Op Het Witte Paard is ook een zwarte rechthoek getekend dit was de plek van het eerste boerderijtje. Deze stond met het voorhuis dicht op de Buitendijkssloot die vroeger langs het Westeinde/Oosteinde liep. De perceelscheiding liep in het midden van die sloot

Barteld van Holten
Barteld (Hendriks) van Holten trouwt op 18 april 1795 met Janna (Jansen) Nijland uit Noetsele bij Hellendoorn. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren, Hendrina in 1795 en Janna in 1798. Aangenomen kan worden dat Janna is overleden voor december 1802, want op 16 december 1802 wordt een derde meisje gedoopt, die ook Janna wordt genoemd.
Het huwelijk met Janna Nijland duurt maar ongeveer zeven jaar. Zij komt te overlijden kort na de geboorte van haar jongste kind Janna in 1802.
Barteld van Holten blijft met twee kleine kinderen achter. Hij treedt in 1805, 39 jaar oud, opnieuw in het huwelijk met de 24 jarige Grietje Schoemaker. Uit dit huwelijk worden zes kinderen geboren. Jan (1806), Albert (1810), Hendrikjen (1813), Willem (1816, overleden drie dagen na zijn geboorte), Willem (1817) en Marrigje (1822). Barteld van Holten komt in 1812 voor in de aktes van naams aanneming van Dalfsen. Hij verklaart de naam Van Holten aan te nemen voor zichzelf en zijn kinderen Hendrina, 15 jaar, Janna, 9 jaar, Jan, 5 jaar en Albert, 1 jaar oud.

Barteld van Holten wordt in 1813 genoemd in een lijst waarin de Franse bezetter belasting heft op het aantal ramen en deuren in een huis. Vermoedelijk had het huis toen twee deuren en drie ramen op de begane grond. Het is dan nog de oude boerderij uit 1747.
In augustus 1823 leent Barteld 200 gulden tegen 4% rente van de diaconie. Mogelijk dat dit geld gebruikt is voor het bouwen van een nieuw huis. Bartelds zoon Willem betaalt uiteindelijk vijfenvijftig jaar later, in augustus 1878, de lening met rente terug.
In de akte uit 1866 staat vermeld dat de opstallen, bestaande uit een huis, schuur en een hooiberg, alle zijn gebouwd ten tijde van het huwelijk van Barteld van Holten en Grietje Schoemaker. Dus tussen 1805 en 1837.

Op 17 mei 1837 is Barteld van Holten te Nieuwleusen op 71 jarige leeftijd overleden. Na zijn overlijden blijven het bezit en de schulden een onverdeelde boedel, die pas verdeeld wordt na het overlijden van zijn tweede vrouw Grietje Schoemaker in 1866. De zaak wordt door de weduwe en haar kinderen voortgezet.
In 1860 had Het Witte Paard het huisnummer A80. De bewoners zijn dan Grietje Schoemaker, (overleden in 1866), haar zoon Willem en zijn vrouw Geertje Boer (1823-1876) en de Van Holten-kinderen Barteld (1842), Klaas (1844), Gerrigje (1846), Jentjen (1853), Willemina (1855), Aaltje (1860), Janna (1863) en Grietje (1865).

Willem van Holten
Op 27 mei 1823 trouwt de oudste dochter Hendrina van Holten op 27 jarige leeftijd met de dan 23 jaar oude Frederik Pasman, van beroep landbouwer. Het beroep van Hendrina is tot de verdeling van de ouderlijke boedel in 1866 ‘tappersche’ (caféhoudster).
Uiteindelijk is het de jongste zoon Willem van Holten, geboren op 22 juni 1817, die zijn ouders opvolgt als kastelein van Het Witte Paard.
Vanaf 1866 betaalt Willem van Holten, halfbroer van Hendrina, de pachtprijs voor de grond. De waarde van de opstallen wordt getaxeerd op 450 gulden, de inventaris en al wat daar toe gerekend wordt op 404 gulden en 85 cent. Het totaal aan schulden bedraagt 375 gulden en 85 cent. Dit moet verdeeld worden onder de overige erfgenamen. Willem koopt bij die verdeling in 1866 zijn familie uit en wordt daarmee de nieuwe eigenaar.


Een luchtfoto van omstreeks 1973, vanaf de Burg. Backxlaan, richting de Dommelerdijk, met kerk en daarnaast het jeugdgebouw en daarachter de witte pastorie. Aan het Westeinde café Het Witte Peerd. Het Palthehuis is hier al afgebroken, waardoor de oprit naar het Palthebos zichtbaar is

In maart 1885 passeert bij de notaris een akte waarin opgave gedaan wordt van al hetgeen dat tot de gezamenlijke boedel gerekend wordt van Willem van Holten en zijn overleden vrouw Geertje Boer. De akte bestaat uit een overzicht van alle inboedel, vee, gereedschappen en de schulden. Er zijn dan 2 koeien en 2 pinken getaxeerd op 350 gulden, 1 bruin merriepaard op 125 gulden, 4 varkens op 125 gulden en 7 kippen op 6 gulden en dertig cent. De aanwezige sterke drank wordt getaxeerd op 6 gulden en 75 cent. De totale baten bedragen ongeveer 1250 gulden. En er zijn nogal wat schulden gemaakt, totaal ruim 1500 gulden.
De begrafenis van Geertje Boer heeft 40 gulden gekost. Er viel dus niks te verdelen.
Uit deze akte blijkt tevens dat de huurprijs voor de grond 99 gulden per jaar bedraagt, de huur liep van mei tot mei. Eigenaar van de grond is Carel Hendrik Bernhard Palthe.


Carel Hendrik Bernhard Palthe (1820-1897) hier omstreeks 1885 met zijn dochters Gulia en Carolina en echtgenote Maria Emerentie Michgorius

Omstreeks 1900 komen ook de opstallen in het bezit van de familie Palthe, waarschijnlijk is dat gebeurd om de schulden te kunnen betalen. Men kan gerust concluderen dat het hebben van een café de familie Van Holten geen grote rijkdom heeft gebracht.

Klaas van Holten en zusters
Willem van Holten is op 27 april 1902 overleden op de leeftijd van 84 jaar. Een paar jaar voor zijn overlijden heeft hij in een testament bepaald dat zijn dochters Willemina en Aaltje het meeste uit zijn nalatenschap krijgen toebedeeld.
Zoon Klaas (1844) is vrijgezel gebleven en is dan naast landbouwer ook al enige tijd tapper in Het Witte Peerd. Klaas woont na het overlijden van zijn vader in de ouderlijke woning, samen met zijn vier ongetrouwde zussen Willemina, Aaltje, Janna en Grietje.
In 1904 laten zij allen een testament opmaken waarin zij elkaar tot erfgenamen benoemen.
Janna is overleden in 1914, Willemina in 1919 en Klaas, Aaltje en Grietje alle drie in 1920. Klaas van Holten is 76 jaar oud geworden. Als laatste overledene laat Grietje van Holten een klein stukje grond na van 32 are, gelegen achter het Palthebos. De totale waarde van haar erfenis, 520 gulden, wordt verdeeld onder haar overige familieleden.

De familie Bakker
Harm Bakker trouwt, 31 jaar oud, in 1893 te Nieuwleusen met Willemina Klein, ook 31 jaar oud. Harm is geboren op 9 oktober 1862 in De Wijk en Willemina op 27 juni 1855 in Staphorst.
Op 3 juli 1917 is Harm Bakker als verlofhouder en landbouwer ingeschreven op het adres van Het Witte Peerd. Voordat ze naar Het Witte Peerd aan het Westeinde verhuisden waren ze landbouwers aan de Oosterhulst, van 1893 tot 1917, met een onderbreking van drie jaar. Van 1896 tot 1899 woonden ze in de gemeente Avereest, met hun dochter Willemina, die op 23 november 1895 in Nieuwleusen is geboren.
Na de overname van Het Witte Peerd door Bakker zijn vermoedelijk de nog levende Van Holten- kinderen vertrokken naar een pand aan wat nu het Schuurmanslaantje is, dat ook eigendom was van de familie Palthe, en heeft de familie Bakker nog een paar jaar met de Van Holtens samen in een huis gewoond.


Fotoi uit omstreeks 1940 van Willemina Bakker-Klein (1855-1946), weduwe van Harm Bakker en moeder van Willemina Bakker

Evert Jan Reuvers
Willemina Bakker trouwt op 15 augustus 1918 met Evert Jan Reuvers, geboren 6 december 1892 in Nieuwleusen, van beroep landbouwer. Hij trekt in bij zijn schoonouders. Op 7 februari 1919 wordt dochtertje Trijntje geboren en op 18 september 1921 zoontje Harm.


Huwelijksfoto van Evert Jan Reuvers en Willemina Bakker

Evert Jan Reuvers is nog maar 29 jaar oud als hij op 2 juli 1922 aan een longaandoening overlijdt. Hij laat zijn vrouw met hun twee kleine kinderen achter. Die kinderen werden geregeld Bakker genoemd in plaats van Reuvers. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat café Het Witte Peerd ten tijde van Harm Bakker ook café H. Bakker werd genoemd.


Kop van een advertentie uit 1923 waarin een veiling in Café H. Bakker wordt aangekondigd

Willemina Reuvers-Bakker weet als weduwe met de hulp van haar ouders het café en de boerderij draaiende te houden. Wat er met Het Witte Peerd gebeurde toen Gulia in 1928 kwam te overlijden, kunt u lezen in het volgende Kwartaalblad.

Palthebos

Hier waart Gulia's geest nog rond
op de van haar geërfde grond.
Lanen waarop ze zo graag dwaalde,
waarvan zij het voortbestaan bepaalde.

Hier zie je in de vroege zomerzon
de rijke, roze bloei van rododendron.
Grazen zonder tijd, verzonken in gedachten
paarden die eenzaam op hun ruiter wachten.

Hier speelt het zonlicht door bomen
die in ruit patroon weilanden omzomen.
Landschap als spel van groen met groen,
door mensen gemaakt tot wandelplantsoen.

Hier is verkeersgeruis vaag en veraf
soms klinkt er speels wat hondengeblaf.
Kinderen die onbekommerd op hun fietsjes toeren
komen de herten, geitjes en de pauwen voeren.

G. van den Berg, 2001

* * *

ZOEKPLAATJE

In het vorige Kwartaalblad stond een foto van de Nachtegaaltjes. Helaas is hierop geen enkele reactie binnengekomen. Wel kwam er alsnog een reactie van Riet Kamerman op foto 16260 (van USV) die in een Kwartaalblad eerder stond. Hier weten we nu 4 van de 11 namen. De namen van de andere 7 zijn nog steeds welkom. Reageren op de foto van de Nachtegaaltjes mag uiteraard ook nog steeds.

Deze keer 2 foto’s.

FOTO nummer 43 (fotonummer 16105 ) is een schoolfoto van Christelijke Lagere School van De Meele-uit 1979. Daarvan is alleen de naam van meester Aad van de Bergh bekend.
(Op deze foto nummer 43 (16105) kregen we al heel snel een aantal reacties. Inmiddels zijn alle 69 namen bekend en ingevuld bij de foto op de beeldbank.)


FOTO nummer 44 (fotonummer 17748) is van een groep jonge dames met een paar heren die zo te zien een uitstapje hebben. De foto zou zijn gemaakt omstreeks 1950.
(Op foto 44 (17748) gemaakt omstreeks 1950 staan een groep jongelui op en rond een tank afgebeeld. Van Ria Smit kregen we twee namen door. Nr. 6 op de foto is haar moeder Derkje van Dorsten (1921-2016) en nr. 11 is de zus van haar moeder Femmigje (Fem) van Dorsten (1923-2006). Op de beeldbank zijn al meer namen ingevuld.)

Het liefst reageren via het reactieformulier bij de foto op beeldbanknieuwleusen.nl.
Daar zijn de personen ook genummerd en kunnen de foto’s vergroot worden.
Maar een email naar info@palthehof mag ook.